


Zonder auto voor de deur
Een huis: daar moet op z'n minst een keuken in, een badkamer, een toilet en een slaapkamer. En als het even kan een tuintje erbij. Maar ook: een parkeerplek voor de auto. 'Het lijkt wel een heilige drie-eenheid: huisje, tuintje, parkeerplaatsje', zegt Frederique van Andel, onderzoekster binnen de leerstoel Woningbouw van de TU Delft.
Die parkeerplaatsen hebben architecten hoofdbrekens bezorgd. Want, zegt Van Andel: 'Enerzijds wil iedereen zijn auto in de buurt parkeren. Anderzijds ergeren mensen zich aan de auto van de buurman die bij hen voor de deur staat.' Tel daarbij de schaarse ruimte, waardoor huizen steeds dichter op elkaar komen te staan en parkeerplaatsen extra duur worden en het is duidelijk dat architecten zich in creatieve bochten moeten wringen om een uitweg te vinden uit het parkeerprobleem.
Dat het ze is gelukt, is te zien in het onlangs verschenen Zakboek parkeren voor de woonomgeving. Van Andel en haar collega's laten een staalkaart zien van wat mogelijk is om parkeren met wonen te verweven. Op het dak, onder de grond, in het huis: de auto kan op allerlei plaatsen worden opgeborgen. En dat is maar goed ook met 7,6 miljoen auto's, die per dag gemiddeld slechts een uurtje op weg zijn. De gids is bedoeld als inspiratiebron voor architecten, stedenbouwkundigen, projectontwikkelaars en gemeenten. Want, zo staat er: woningbouw gaat niet langer alleen om het huisvesten van de mens. De laatste decennia is er een bewoner bijgekomen - de auto. Woningbouw is er niet langer alleenvoor de mens.